Bor 2

HOOFDSTUK 2. AANWIJZING VAN CATEGORIEËN INRICHTINGEN,
VERGUNNINGPLICHTIGE EN VERGUNNINGVRIJE ACTIVITEITEN
EN PLANOLOGISCHE GEBRUIKSACTIVITEITEN

§ 2.1. Aanwijzing van diverse categorieën inrichtingen en gevallen waarin
een omgevingsvergunning is vereist

Artikel 2.1 Inrichting

1. Als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van
de Wet milieubeheer worden aangewezen de categorieën inrichtingen in
bijlage I, onderdeel B, en onderdeel C.

2. Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen worden aange-
wezen de categorieën inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort
en de categorieën inrichtingen die als zodanig zijn aangewezen in bijlage
I, onderdeel B, en onderdeel C.

3. Als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van
de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen
veroorzaken, worden aangewezen de categorieën inrichtingen in bijlage I,
onderdeel D.

4. In afwijking van het eerste lid heeft de aanwijzing geen betrekking op
inrichtingen voor de uitoefening van detailhandel, voor zover die
aanwijzing uitsluitend zou gelden omdat in de inrichting stoffen, prepa-
raten of andere producten worden op- of overgeslagen, die zijn genoemd
in bijlage I, onderdeel C, onder de categorieën 4.1, onder b tot en met f,
6.1, 8.1, 9.1, 11.1, met uitzondering van asbest en asbesthoudende
producten, 12.1, 15 of 16.1.

Artikel 2.2 Brandveilig gebruiken van een bouwwerk

1. Als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d,
van de wet worden aangewezen:
a. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin
bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden
verschaft aan meer dan 10 personen, dan wel het in afwijking daarvan bij
de bouwverordening, bedoeld in artikel 8 van de Woningwet, bepaalde
aantal personen;
b. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin
dagverblijf zal worden verschaft aan:
1°. meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of
2°. meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen.

2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt onder bouwwerk mede
verstaan delen van een bouwwerk die zijn ontworpen of aangepast om
afzonderlijk te worden gebruikt.

§ 2.2. Aanwijzing van categorieën gevallen waarin geen omgevingsver-
gunning is vereist

Artikel 2.3 Bouwen en planologische gebruiksactiviteiten

1. In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet is
geen omgevingsvergunning vereist voor de categorieën gevallen in artikel
3 in samenhang met artikel 5 van bijlage II.

2. In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de
wet is geen omgevingsvergunning vereist voor de categorieën gevallen in
artikel 2 in samenhang met artikel 5 en artikel 8 van bijlage II.

Artikel 2.4 Veranderen van een inrichting

1. In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°,
van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot
veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die in
overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning en
de daaraan verbonden voorschriften.

2. In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°,
van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot
veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover
daarop regels, gesteld krachtens een algemene maatregel van bestuur op
grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer van toepassing zijn.

Artikel 2.5 Mijnbouwwerken

In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet is
geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot mijnbouwwerken
die behoren tot een in artikel 4 van het Besluit algemene regels milieu
mijnbouw aangewezen categorie.

Artikel 2.6 Slopen

In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder g en h, van de
wet is geen omgevingsvergunning vereist voor het slopen van:
a. bouwwerken waarvoor ingevolge artikel 2.3 geen vergunning voor
het bouwen daarvan is vereist;
b. seizoensgebonden bouwwerken.

§ 2.3. Aanwijzing van categorieën planologische gebruiksactiviteiten
waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend als bedoeld in
artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet

Artikel 2.7 Planologische gebruiksactiviteiten

Als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a,
onder 2°, van de wet worden aangewezen de categorieën gevallen in
artikel 4 van bijlage II.